Tags
God het zijn toch vreselijke dagen. Slaaptekorten, vitaminetekorten, vrijetijdstekorten, alcoholtekorten, tijdstekorten… Het lijkt wel alsof ik overal een vreselijk tekort aan heb. Behalve aan examens dan. Het is weer een van die dagen waarin ik met een kersenpitkussentje op de grond lig (rug fris, buik warm) en tracht om hersenstructuren in mijn, wel ja, hersenen te rammen. Een eindeloze zaak zo blijkt. Dus blog ik, ontdek ik Agnes Obel en bleir ik de wereld bijeen. Want ja hormonen stoppen niet omdat het examens zijn. Helaas. Wat er wel stopt is fatsoenlijk nadenken. En buiten komen. Ik kom mijn kot enkel uit voor het hoogst nodige (lees: naar de winkel gaan en examens afleggen) en doe dan ook geen moeite meer mijn wallen weg te schminken, haren te ontwaren of kleren te kiezen. Het is erg. Maar ik trek wel elke dag een verse onderbroek aan. Dus er is nog hoop.
Wat ik het meeste mis zijn mensen. Liefst ook mensen die mij graag zien. Daar lijkt de laatste tijd ook een ferm tekort aan te zijn.Gelukkig is er een Iphone waarmee ik in no-time met mijn lieverds in contact sta. Hoewel dat niet echt productief werkt tijdens het blokken natuurlijk. Nu hoor ik u al van ver aankomen met uw ‘ja maar is dat wel sociaal zo de hele dag op een Iphone zitten?’-gezever. En kijk het valt me op dat dat enkel mensen zijn zonder Iphone/smartphone die zulke belachelijke uitingen doen. Uiteraard is dat sociaal. Want zo kan ik met mijn rosse voenk uit Brussel whatsap-en (te volgen op Twitter als @sienaasappels, schaamteloze promotie). Zo ontdek ik ook grieten in Gent en blijk ik toch nog stilaan een sociaal leven uit te bouwen. En ja dat is dankzij Twitter. Hoe graaf zijn sociale media? Want ja, het is asociaal zo op een Iphone zitten. Maar enkel als ge dat doet waar anderen bij zijn (vrienden en famileleden, ik probeer er aan te werken en erken bij deze mijn probleem). Maar het kan toch begot ook leiden tot sociale momenten. Een Jong tuig bijvoorbeeld! Gisteren was er weer een fijne Jong Tuig editie in Gent te doen waar ik allerhande tweeps tegenkwam. I know, serieuze hipsterstylez. En ja, aanwezigen, ik weet dat dit een belediging voor jullie is (of toch zeker voor @pranile) maar get over it. Eigenlijk zijn we stiekem wel een beetje hipsters. En hey dat is ok. Ik ben zot van mijn Iphone, dol op topshop en vind bakkenbaarden en raybans best wel smexy. Dus als u graag een etiket plakt doet u maar. Liever ‘hipster’ dan ‘mental case’. Maar ik zou zo graag hebben dat er iemand daar eens een handboek over schrijft. Hoe begin je een gesprek met mensen die je kent van overal en nergens maar nog nooit eerder zag? Hoe herken je hen? Want dat was toch echt mijn grootste probleem: gezichten op tweeps kleven. Waar zijn die naamkaartjes als ik ze nodig heb? Hoe langer de avond duurde, hoe vaker ik ook vroeg ‘wie zijt gij nu weer??’. Totally not done I presume. Maar ik wijt het deels aan alcohol. Ik was trouwens ook echt bang dat mensen naar mij gingen toelopen en me vragen of ik alstublieft wat zinniger zou gaan Tweeten of zo. Stressy. Want met die en masse goedkeuring van hersenspinsels komen natuurlijk ook haters. Denk ik dan. Nu ja, tot hier toe geen paardenkop in mijn bed gevonden (en ja ik weet dat je ‘hoofd’ moet zeggen omdat een paard een edel dier is maar ik ben rebels vanavond). Dus ik kan rustig verder over Mathias Schoenaerts mekkeren en over mijn gat dat te dik is.
Wat mij meteen bij het volgende brengt: Paarden. Ik moet het even zeggen, ik was vroeger een paardenkind. Kleir. Verleden tijd dus. Ja ik smelt nog steeds bij het zien van veulentjes, neen ik heb geen posters meer in mijn kamer hangen. Waarom die zijsprong? Omdat ik op Klout plots het topic ‘horses’ gekregen heb. Wat is dat nu weer? Geen idee. Ik heb er alleen een belachelijk hoge score op blijkbaar. Niet dat ik weet hoe dat komt maar hoge scores zijn altijd goed. Tenzij je een autisme test aflegde of zo. Anyway, ik ben geen paardenkind meer. Ik moest dat even melden. Bij deze kan ik nu gerust gaan slapen.

Ik wil ook zo’n trui!
haaaaaaahaha jong tuig! nu snap ik het, toen je daarover aan het vertellen was begreep ik het echt niet, ik dacht dat het iets Duits was, omdat ik iets verstond in de aard van ‘ Jungtag’ baaa.
Die onoverkomelijke taalbarrière toch!
Leve de Westvlaanders!